Dubbeltaaktraining, twee keer zo effectief?

Wetenschap 17 december 2021

Dubbeltaken in het dagelijks leven

Ons dagelijks leven is doorspekt met situaties waarin we twee of meer taken tegelijkertijd uitvoeren. Denk aan lopen terwijl je een gesprek voert, autorijden terwijl je naar de navigatie luistert, of koken terwijl je de kinderen in de gaten houdt. Deze ogenschijnlijk eenvoudige combinaties van activiteiten vereisen in werkelijkheid een complexe coördinatie van cognitieve en motorische processen.

Voor gezonde volwassenen verlopen veel van deze dubbeltaken vrijwel automatisch. Maar voor ouderen, patiënten met neurologische aandoeningen, of mensen die herstellen van letsel kan het gelijktijdig uitvoeren van twee taken een aanzienlijke uitdaging vormen — soms met ernstige gevolgen, zoals een verhoogd valrisico. Dit maakt dubbeltaaktraining tot een uiterst relevant onderwerp voor zowel de revalidatie als de sportwetenschap.

Theoretische modellen

Om te begrijpen waarom dubbeltaken zo uitdagend kunnen zijn, is het nuttig om de belangrijkste theoretische modellen te kennen die het menselijk multitasking-vermogen verklaren.

Central Bottleneck Theory

De Central Bottleneck Theory stelt dat het brein op een bepaald moment slechts één taak tegelijk kan verwerken in de centrale verwerkingsfase. Wanneer twee taken gelijktijdig om aandacht vragen, moet de verwerking van de ene taak wachten totdat de andere is afgerond. Dit verklaart waarom er bij dubbeltaken vaak een vertraging optreedt in de responstijd van een of beide taken — het zogenaamde "psychological refractory period" effect.

Multiple Resources Model

Het Multiple Resources Model van Wickens biedt een genuanceerder perspectief. Dit model stelt dat het brein beschikt over meerdere, onafhankelijke verwerkingsbronnen die georganiseerd zijn langs verschillende dimensies: visueel versus auditief, verbaal versus ruimtelijk, en perceptie versus actie. Interferentie treedt op wanneer twee taken dezelfde verwerkingsbronnen delen. Twee visuele taken zullen meer met elkaar interfereren dan een visuele en een auditieve taak, omdat ze om dezelfde verwerkingscapaciteit concurreren.

Attentional Resource Theory

De Attentional Resource Theory beschrijft aandacht als een beperkte bron die verdeeld moet worden over concurrerende taken. Wanneer de totale aandachtsvraag van twee taken de beschikbare capaciteit overschrijdt, gaat de prestatie op een of beide taken achteruit. De mate van prestatievermindering hangt af van de moeilijkheidsgraad van elke individuele taak en de totale belasting die ze samen opleggen aan het aandachtssysteem.

Onderzoek: dubbeltaaktraining bij ouderen

Een belangrijk onderzoek door Wollesen et al. onderzocht de effecten van dubbeltaaktraining bij oudere volwassenen. De onderzoekers vergeleken een groep die dubbeltaaktraining ontving met een groep die alleen enkeltaaktraining volgde. De resultaten waren overtuigend:

Dubbeltaaktraining was significant voordeliger dan enkeltaaktraining voor het verbeteren van de balans, zowel tijdens staan als tijdens lopen.

Dit resultaat is van groot klinisch belang. Balansproblemen bij ouderen zijn een van de belangrijkste risicofactoren voor vallen, en vallen is een van de meest voorkomende oorzaken van letsel, ziekenhuisopname en verlies van zelfstandigheid bij ouderen. Het feit dat dubbeltaaktraining de balans effectiever verbetert dan enkeltaaktraining suggereert dat het trainen van de cognitief-motorische integratie — de vaardigheid om motorische taken uit te voeren terwijl de cognitieve belasting hoog is — een essentieel onderdeel zou moeten zijn van balanstraining en valpreventie bij ouderen.

Hersenactiviteit en dubbeltaken

Onderzoek door Jaeggi et al. gebruikte hersenbeeldvorming om de neurale basis van dubbeltaakprestaties te onderzoeken. De resultaten leverden fascinerende inzichten op over hoe het brein omgaat met toenemende cognitieve belasting.

De onderzoekers ontdekten dat activatiepatronen in het brein afhankelijk zijn van de taakbelasting. Naarmate de moeilijkheidsgraad van de dubbeltaak toenam, veranderden de patronen van hersenactiviteit op systematische wijze. Maar het meest opvallende resultaat was het verschil tussen hoog- en laagpresteerders:

Hoogpresteerders toonden een lagere hersenactiviteit dan laagpresteerders bij dezelfde taakbelasting. Dit lijkt contra-intuïtief — zou het brein niet harder moeten werken bij betere prestaties? In werkelijkheid weerspiegelt dit fenomeen een grotere neurale efficiëntie. Hoogpresteerders hebben hun neurale netwerken zodanig geoptimaliseerd dat ze dezelfde taak kunnen uitvoeren met minder neurale hulpbronnen, waardoor er meer capaciteit overblijft voor aanvullende taken.

Dit heeft directe implicaties voor training: door herhaaldelijke blootstelling aan dubbeltaken kan het brein efficiëntere verwerkingsstrategieën ontwikkelen, waardoor de prestatie onder dubbeltaakomstandigheden verbetert. Dit is precies wat dubbeltaaktraining beoogt te bereiken.

Implicaties voor de praktijk

De wetenschappelijke evidentie wijst er steeds sterker op dat dubbeltaaktraining een waardevolle aanvulling is op traditionele trainings- en revalidatieprogramma's. Of het nu gaat om het verbeteren van de balans bij ouderen, het versnellen van het herstel na een neurologisch incident, of het optimaliseren van de prestaties van atleten — het trainen van het vermogen om cognitieve en motorische taken gelijktijdig uit te voeren levert meetbare voordelen op die enkeltaaktraining alleen niet kan bieden.

Benieuwd wat Aristotle voor jou kan betekenen?

Plan een vrijblijvende demo en ontdek de mogelijkheden.

Demo inplannen →